Geschreven door

Coördinator cursussen
Leestijd:
Datum:
Voordat je een cursus boekt, is er één vraag die je eerst antwoord geeft. Welk niveau vraagt jouw opleiding eigenlijk?
Kies je te hoog, dan leer je maanden stof die niemand van je vraagt. Kies je te laag, dan voldoe je alsnog niet aan de eis.
Welk niveau wordt vereist voor jouw opleiding?
De hoofdlijn is duidelijk. Een universitaire bachelor vraagt vwo-niveau, een hbo-bachelor vraagt havo-niveau.
Mis je een vak voor een universitaire studie, dan heb je dus wiskunde B op vwo-niveau nodig. Ga je naar het hbo, dan volstaat havo-niveau bijna altijd.
Controleer dat wel op de site van je opleiding, want instellingen stellen hun eisen zelf vast. Twijfel je, neem dan contact op met de studieadviseur.
En bij doorstroom van hbo naar wo?
Dan ligt de lat hoger. Wil je na je hbo-bachelor een universitaire master, dan vragen veel opleidingen alsnog vwo-niveau voor de exacte vakken.
Datzelfde geldt bij een switch halverwege. Stap je van een hbo-opleiding over naar een universitaire bachelor, dan gelden de reguliere toelatingseisen en dus vwo-niveau.
Wat is het verschil per onderwerp?
Hier zit de kern. De onderwerpen overlappen voor een groot deel, maar het vwo voegt vier ingewikkelde onderwerpen toe.
Op de havo behandel je lineaire, kwadratische, wortel, gebroken, exponentiële en logaritmische functies. Bij de afgeleiden blijft het beperkt tot de gevallen die met de machtsregel lukken.
De meetkunde op de havo gaat over driehoeken, sinus, cosinus en tangens, de sinus en cosinusregel, en afstanden en hoeken. Bij goniometrie werk je met sinusoïden, maar de afgeleiden daarvan blijven buiten beeld.
Wat komt er op het vwo bij?
Vier dingen, en ze wegen allemaal zwaar. Ten eerste breidt de analyse uit met limieten en perforaties, dus het gedrag van een functie op plekken waar hij niet bestaat.
Ten tweede gelden de afgeleiden voor alle functies, inclusief exponentieel en logaritmisch, met de productregel, de quotiëntregel en de kettingregel erbij.
Ten derde komen integralen erbij. Je berekent oppervlakten en inhouden van omwentelingslichamen, en dat onderdeel bestaat op de havo helemaal niet.
Ten vierde verdiept de meetkunde. Naast cirkels met raaklijnen werk je met vectoren en het inproduct. Bij goniometrie komen de afgeleiden van sinus, cosinus en tangens erbij.
Hoe groot is die stap in de praktijk?
De stap is groter dan de opsomming hierboven laat zien. Integralen vormen een compleet nieuw blok, en de kettingregel verandert de manier waarop je naar elke functie kijkt.
Reken daarom niet op een korte herhaling als je van havo naar vwo gaat. Je bouwt door op een basis die je al hebt, maar je voegt echt stof toe.
Welke blokken dat precies zijn, staat in de onderwerpen van wiskunde B vwo. Streep daar aan wat je al kent, dan zie je je werklijst.
Waarom WisMon havo en vwo apart lesgeeft
De twee niveaus zitten bewust in aparte groepen. Het startpunt verschilt en het eindpunt verschilt. In een gemengde groep gaat het tempo voor de een te snel en voor de ander te langzaam, en cursisten halen in aparte groepen betere resultaten.
Bij beide cursussen neemt WisMon per niveau de volledige stof door. Je slaat dus niets over, op welk niveau je ook instapt.
Zo kies je de juiste cursus
Vraagt je opleiding havo-niveau, dan is de cursus wiskunde B havo de juiste keuze. Je bespaart daarmee de integralen, de limieten en de vectoren.
Vraagt je opleiding vwo-niveau, dan kies je de wiskunde B vwo cursus. Reken dan op de volledige zes blokken.
Twijfel je nog over je vakkeuze zelf? Kijk dan eerst naar het verschil tussen wiskunde A en B, want soms blijkt wiskunde A al genoeg voor je studie.
Let op het niveau van je examen
Je cursusniveau en je examenniveau horen bij elkaar. Leg je een afsluitend examen op vwo-niveau af, dan volg je ook de vwo-cursus.
Bij het CCVX-voortentamen speelt daarbij een aparte vraag, namelijk of jij een havo of een vwo-variant nodig hebt. Dat werken we uit in CCVX op havo of vwo niveau.
Weet je het niveau maar nog niet de vorm? Bekijk dan de cursusvormen van wiskunde B. Alle wiskundecursussen staan bij elkaar op de pagina met wiskundecursussen.
Het cursusteam van WisMon denkt graag met je mee bij het bepalen van het niveau dat jouw opleiding vraagt.
Veelgestelde vragen
Het vwo voegt integralen toe, plus limieten en perforaties, de afgeleiden van alle functies met product-, quotiënt- en kettingregel, en meetkunde met vectoren en het inproduct.
Meestal niet. Voor een hbo-bachelor volstaat havo-niveau, tenzij je opleiding uitdrukkelijk anders vraagt.
Nee. Integralen komen alleen in het vwo-programma voor.
Ja, we krijgen regelmatig cursisten met een havo-achtergrond die doorstromen naar de universiteit en wiskunde B op vwo-niveau nodig hebben. Reken wel op extra stof en niet op een korte herhaling.
Dat hangt af van je opleiding, niet van je diploma. Vraagt je studie vwo-niveau, dan volg je de vwo-cursus, ook met een havodiploma.
Over de auteur
Suzanne is coördinator cursussen bij WisMon en het vaste aanspreekpunt voor cursisten. Ze geeft regelmatig voorlichtingen over onze cursussen en beantwoordt dagelijks vragen van studenten en ouders.
Zo weet ze precies waar je tegenaan loopt en wat je nodig hebt om goed voorbereid te starten.

