Geschreven door

Coördinator cursussen
Leestijd:
Datum:
Eén getal geeft houvast bij deze vraag. Die 520 uur is de basis waarmee je plant, en alles daarna hangt af van hoeveel je al kent.
Wat betekent die 520 uur?
Ze staan voor een scholier die het vak vanaf het begin opbouwt in leerjaar 4, 5 en 6 vwo. Jij begint zelden op nul, dus jouw getal ligt lager.
Deed je wiskunde A op havo-niveau, dan heb je een basis en vul je die aan. Deed je het jaren geleden op vwo-niveau, dan haal je vooral op wat weggezakt is.
Ken je het vak helemaal niet, dan zit je het dichtst bij dat volle aantal. Reken in dat geval op een compleet traject en niet op een korte herhaling.
Hoe schat je je startpunt in?
Neem het tentamenprogramma van de CCVX door en loop het regel voor regel langs. Zet achter elk onderdeel: dit ken ik, dit herken ik vaag, of dit heb ik nooit gehad.
Tel de tweede en derde categorie op. Dat is je werklijst, en die zegt meer dan je oude cijferlijst. Het volledige overzicht staat bij de leerstof van het CCVX wiskunde A.
Maak daarna één voorbeeldtentamen onder tijdsdruk, dus drie uur en zonder grafische rekenmachine. Die uitkomst is je startpunt.
Wanneer werkt zelfstudie?
Zelfstudie werkt als je onderbouw stevig is en je jezelf goed aanstuurt. Je bepaalt je eigen tempo en je studeert wanneer het uitkomt.
De CCVX noemt zelf materiaal dat daarbij past. Voor de onderbouwstof en de algebraïsche vaardigheden is dat Wiswijs van Pach en Wisbrun. Voor de bovenbouw is dat Getal en Ruimte vwo A, delen 1AC, 2AC, 3A en 4A.
Er zitten wel twee valkuilen aan. De eerste is het domein Statistiek en Kansrekening, want dat mist in eindexamenbundels en ook in het examentrainingshoofdstuk van deel 4A van Getal en Ruimte. De tweede is het algebraïsch rekenen. Wordt die onderbouwstof niet aan het begin opgefrist, dan loop je door het hoge tempo al gauw achter op je eigen planning.
Waar loopt zelfstudie meestal vast?
Op precies die twee punten. Mensen komen goed door de functies en het differentiëren, en lopen vast bij toetsingsprocedures en bij het algebraïsch omrekenen van formules.
Dat is te ondervangen. Zorg dat je een aanspreekpunt hebt voor de momenten waarop je vastloopt, en oefen statistiek apart. Onze uitleg over statistiek en kansrekening op het CCVX wiskunde A laat zien welke onderdelen je afdekt.
Welke cursusvormen zijn er?
WisMon werkt met twee varianten, in verschillende cursusblokken. Het verschil zit in je startpunt en je planning.
Een volledige cursus behandelt de hele bovenbouwstof en past bij iedereen met gaten in de basis. Kijk daarvoor bij de cursus wiskunde A vwo of bij de cursus wiskunde A havo, afhankelijk van het niveau dat je opleiding vraagt.
De zomercursus is de intensieve variant. Die start in juni, duurt ongeveer zeven weken en bestaat uit vier tot vijf lessen van vier uur per week. Bekijk de opzet bij de zomercursus.
Heb je een tussenjaar en wil je bijvoorbeeld meerdere vakken volgen? Dan past een voorjaars- of najaarscursus misschien beter in je planning. Deze starten in januari en september, duren ongeveer vier maanden en hebben een gemiddelde studielast van twintig uur per week.
Werk of studeer je ernaast, dan is een online cursus jaarcursus vaak praktischer. Je krijgt dan één les per week en volgt de cursus van september tot en met april. Beheers je de stof al grotendeels, dan volstaat een tentamentraining van vijf tot zeven lessen, waarin je vooral met oude tentamens oefent.
Hoeveel zelfstudie hoort erbij?
WisMon houdt één vuistregel aan: minimaal één uur zelfstudie per lesuur. Krijg je vier uur les, dan reken je op minstens vier uur eigen werk.
Bij de zomercursus komt de totale studielast daarmee op 35 tot 40 uur per week. Dat komt neer op voltijds studeren.
Een bijbaan van twintig uur per week combineert daar lastig mee, en dat vertellen wij vooraf.
Waar gaat het mis met plannen?
Bijna altijd op hetzelfde punt: mensen willen te veel tegelijk. Twee zomercursussen naast elkaar komt neer op zo’n 80 uur studie per week, en drie najaars of voorjaarscursussen in plaats van twee loopt eigenlijk altijd vast.
Combineer je meerdere vakken, spreid ze dan over twee tentamenrondes. Doe bijvoorbeeld wiskunde A in april en een tweede vak in juli.
Let ook op de volgorde. Je hebt een stevige wiskundige basis nodig om natuurkunde en scheikunde te begrijpen, dus wie eerst zijn wiskunde op orde brengt, leert de andere vakken gemakkelijker.
En als je twijfelt tussen zelfstudie en een cursus?
Kijk naar je startpunt. Staan er meer dan tien onderwerpen in de categorie nooit gehad, dan past een cursus beter.
Zit je vooral vast op tempo en notatie, dan is een tentamentraining genoeg. Wat de normering precies vraagt, lees je bij hoe moeilijk het CCVX wiskunde A is.
Onze cursusdata volgen de tentamendata, ook als de CCVX een datum verschuift. Kijk voor het complete aanbod bij voorbereiden op het CCVX wiskunde A.
Het cursusteam van WisMon denkt graag met je mee bij het kiezen tussen zelfstudie en een cursus.
Veelgestelde vragen
De CCVX rekent met 520 uur studie op het vwo, oftewel 18,6 studiepunten. Jouw aantal ligt lager naarmate je meer voorkennis hebt.
Dat kan, zeker als je onderbouw stevig is. Let dan wel extra op statistiek en kansrekening en op het algebraïsch rekenen.
Getal en Ruimte vwo A, delen 1AC, 2AC, 3A en 4A. Voor de onderbouwstof en de algebra raadt de CCVX Wiswijs aan.
Minimaal één uur per lesuur. Bij de zomercursus komt de totale studielast op 35 tot 40 uur per week.
Twee vakken in één jaar lukt regelmatig, als je ze over twee tentamenrondes spreidt. Twee zomercursussen naast elkaar is te veel. Twee jaarcursussen past wel. Twee najaars- of voorjaarscursussen kan ook, afhankelijk van je overige verplichtingen.
Over de auteur
Suzanne is coördinator cursussen bij WisMon en het vaste aanspreekpunt voor cursisten. Ze geeft regelmatig voorlichtingen over onze cursussen en beantwoordt dagelijks vragen van studenten en ouders.
Zo weet ze precies waar je tegenaan loopt en wat je nodig hebt om goed voorbereid te starten.

