Techniek speelt een steeds grotere rol in onze samenleving: van robotica in de zorg tot de energietransitie in woningen en infrastructuur… iedereen krijgt met techniek te maken. Om het onderwijs beter aan te sluiten op de behoeften en drijfveren van jongeren deed het Platform Talent voor Technologie in 2019 onderzoek naar de plaats van techniek in de levens van jongeren tussen de 9 en 17 jaar. Daaruit kwam het Bèta&TechMentality-model. Dit model biedt het onderwijs en het bedrijfsleven inzicht in hoe jongeren betrokken zijn, of kunnen worden, bij bèta en techniek. Lees hier welke mogelijkheden het Bèta&TechMentality-model biedt voor jouw techniekonderwijs!
Het Platform Talent voor Technologie
Het Platform Talent voor Technologie is het kennis- en expertisecentrum op de brede bèta techniek, technologie en ict-agenda. Als uitvoeringsorganisatie voor de overheid ondersteunt Platform Talent voor Technologie diverse programma’s om de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt te verbeteren. Samen met Stichting Platforms vmbo vormt Platform Talent voor Technologie het ondersteuningsteam voor Sterk Techniekonderwijs (STO), een stimuleringsregeling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor sterk, aantrekkelijk en innovatief techniekonderwijs op het vmbo.
Het Bèta&TechMentality-model
Iedere jongere is uniek. Ook als het gaat om zijn kijk op techniek. Het logische gevolg daarvan is dat jongeren op verschillende manieren betrokken kunnen worden bij bèta en techniek.
Het Bèta&TechMentality-model gaat ervan uit dat iedere jongere op zijn eigen manier geboeid kan worden door techniek. Het onderzoek heeft aangetoond dat jongeren grofweg in 5 bètatypes te verdelen zijn.
De 5 bètatypes
De vernieuwer: Dit zijn de leerlingen die met een positieve bril naar technologie kijken. Ze zien vooral de mogelijkheden die het te bieden heeft. Vernieuwers kiezen regelmatig voor een carrière in een technische richting.
De maatschappelijke toepasser: Deze groep leerlingen heeft (nog) weinig interesse in techniek. Ze zien het als een complexe enonaantrekkelijke verplichting. Maatschappelijke toepassers komen meestal uit in de zorg-, economie- of cultuursector. Ze beseffen echter nog niet dat techniek ook daarin een belangrijke rol speelt en dat het dus best interessant kan zijn.
De doener: De naam zegt het al: de doener is praktisch ingesteld. Hij wil met zijn handen werken. Doeners denken over het algemeen dat de technieklessen op school ouderwets zijn en daardoor saai. Wanneer doeners worden uitgedaagd met experimenten, zijn doeners snel overstag.
De ontdekker: Dit zijn de leerlingen die nog zoekende zijn. Techniek is een optie, maar andere richtingen trekken hen ook aan. Deze groep leerlingen staat neutraal tegenover het vak. Ze hebben vaak nog maar weinig zicht op hun eigen technische talenten. Ontdekkers hebben vooral meer informatie en ervaring nodig om techniek leuk te gaan vinden.
De creatieve maker: Deze jongeren staan positief tegenover technologie-onderwijs en vinden het leuk om er dingen over uit te zoeken. Ze zijn vanuit zichzelf al gemotiveerd om ermee aan de slag te gaan.
De 5 bètatypes zijn te weergeven op twee assen: interesse in nieuwe technologie en zelfvertrouwen in bèta en techniek. Het zelfvertrouwen in bèta en techniek uit zich in hoe makkelijk of moeilijk leerlingen techniek vinden en hoe goed ze zichzelf in techniek vinden. Uit het onderzoek van Platform Talent voor Technologie blijkt dat de 5 bètatypes zich zoals hieronder afgebeeld tot elkaar verhouden.

Alle bètatypes kunnen tijdens hun schoolcarrière op een andere manier worden geïnteresseerd voor bèta en techniek! Hoog tijd dus dat techniekonderwijs alle 5 de bètatypes uitdaagt en inspireert om leerlingen aan bèta en techniek te binden.
