Geschreven door

Marketing en communicatiemedewerker
Leestijd:
Datum:
Natuurkunde valt of staat bij je rekenwerk. Al in het eerste blok schrijf je formules om, werk je met machten en gebruik je de sinus en de cosinus.
In dit artikel zetten we op een rij welke wiskunde dat precies is. Daarmee weet je vooraf of je direct instapt of eerst je basis bijwerkt.
Waarom je bij natuurkunde wiskunde nodig hebt
Een natuurkundige formule is een vergelijking. Je vult getallen in, je rekent een uitkomst uit en je controleert de eenheid.
De moeilijkheid zit in de tussenstap. Een examenopgave geeft je zelden de gevraagde grootheid links van het isgelijkteken.
Je schrijft de formule dus eerst om. Gaat die stap niet vlot, dan kost elke opgave extra tijd, ook als je de natuurkunde zelf begrijpt.
Welke wiskunde komt in blok 1 terug?
Blok 1 gaat over mechanica en energie. Daarin zitten vier wiskundige vaardigheden die je meteen nodig hebt.
Formules omschrijven
De tweede wet van Newton luidt dat de resulterende kracht gelijk is aan massa maal versnelling. Vraagt een opgave om de massa, dan deel je beide kanten door de versnelling.
Bij arbeid en energie gaat dat een stap verder. De formule voor bewegingsenergie bevat een kwadraat, dus bij het omschrijven naar de snelheid neem je een wortel.
Let daarbij op de eenheden. Een snelheid in kilometer per uur levert een andere uitkomst dan dezelfde snelheid in meter per seconde.
Machten en wortels
Natuurkunde rekent met zeer grote en zeer kleine getallen. De gravitatieconstante heeft een macht van tien in de noemer, de elementaire lading een macht van tien met een negatieve exponent.
Je telt exponenten op bij vermenigvuldigen en je trekt ze af bij delen. Op je rekenmachine gebruik je daarvoor de toets voor de wetenschappelijke notatie.
Bij gravitatie en bij het elektrisch veld staat de afstand in het kwadraat in de noemer. Verdubbel je de afstand, dan daalt de kracht naar een kwart.
Goniometrie
Krachten ontleden doe je met de sinus en de cosinus. Een voorwerp op een hellend vlak levert twee componenten op, en welke functie je gebruikt hangt af van de hoek die gegeven is.
Bij cirkelbanen komt daar de radiaal bij. Ook bij trillingen en golven in blok 2 reken je met sinusfuncties, dus deze vaardigheid blijft het hele jaar terugkomen.
Een geodriehoek hoort daarom bij je standaarduitrusting. Bij het voortentamen is dat zelfs een verplicht hulpmiddel.
Dezelfde goniometrie komt uitgebreider terug in de cursus wiskunde B vwo, met de afgeleiden van sinus en cosinus erbij.
Rekenregels en significante cijfers
Haakjes wegwerken, breuken vereenvoudigen en de juiste volgorde van bewerkingen aanhouden horen bij vrijwel elke opgave.
Daar komt bij natuurkunde één eigen regel bij. Je antwoord rondt je af op het aantal significante cijfers van het minst nauwkeurige gegeven.
Die regel bepaalt bij de CCVX of je de punten krijgt. Een uitkomst met acht decimalen achter de komma geldt als een onvolledig antwoord.
Op welk niveau moet je wiskunde beheersen?
Voor de cursus natuurkunde vwo is kennis van natuurkunde en wiskunde uit de onderbouw nodig. Kom je van de havo, dan is kennis op het niveau van havo 5 gewenst.
Dat is geen formele eis met een cijfer erbij. Het gaat om de vraag of je de vier vaardigheden hierboven vlot toepast.
Twijfel je daarover? WisMon heeft een instaptoets wiskunde met de opgaven en de antwoorden erbij, zodat je het zelf nakijkt voordat je je inschrijft.
Wat doe je bij een hiaat?
Dan werk je dat eerst bij. De basiscursus wiskunde behandelt de onderbouwstof wiskunde en sluit precies aan op de bovenbouwcursussen.
Die cursus staat los van je vakkeuze. Je volgt hem voorafgaand aan natuurkunde, scheikunde of wiskunde, afhankelijk van het vak dat je mist.
Let op één praktisch punt. Bij de basiscursus wiskunde is betalen in termijnen niet mogelijk, bij de reguliere cursussen wel.
Heb je ook een wiskunde certificaat nodig?
Dat verschilt per opleiding. Veel bètastudies vragen naast natuurkunde ook wiskunde A of wiskunde B op het bijbehorende niveau.
Welke van de twee bij jou past, hangt af van je studie. We leggen het verschil tussen wiskunde A en B uit in een apart artikel.
Voor natuurkunde zelf sluit wiskunde B het nauwst aan. De goniometrie en de afgeleiden daaruit komen in het natuurkundeprogramma terug.
Twee vakken naast elkaar
Dat doen veel cursisten. De blokindeling bij WisMon maakt een combinatie mogelijk, al kost het meer studietijd per week.
Hoeveel uur dat bij elkaar oplevert, staat in ons overzicht van de voorbereidingstijd per vak. Reken bij natuurkunde op gemiddeld 3,5 uur zelfstudie per lesuur.
Alle wiskundevakken naast elkaar vind je op de pagina met alle wiskundecursussen.
Zo kies je je startpunt
Begin bij de examenstof. Welke onderwerpen je moet beheersen, staat per blok in ons overzicht van de onderwerpen van natuurkunde vwo.
Kijk daarna naar je wiskunde. Gaan formules omschrijven, machten en goniometrie je vlot af, dan start je direct met de cursus natuurkunde op vwo niveau.
Zit daar een hiaat, dan plan je de basiscursus ervoor. Je volgt dan aansluitend de natuurkunde cursus. Alle startdata per niveau staan bij de cursus natuurkunde.
Het cursusteam van WisMon denkt graag met je mee als je twijfelt over je rekenbasis.
Veelgestelde vragen
Formules omschrijven, rekenen met machten en wortels, goniometrie met sinus en cosinus, en de standaard rekenregels. Daar komt het afronden op significante cijfers bij.
Voor de cursus natuurkunde is dat geen eis. Veel opleidingen vragen wiskunde B wel als apart certificaat naast natuurkunde.
Kennis van natuurkunde en wiskunde uit de onderbouw. Kom je van de havo, dan is kennis op het niveau van havo 5 gewenst.
Ja. WisMon heeft een instaptoets wiskunde met opgaven en antwoorden, bedoeld voor wie van het mbo komt of over zijn/haar niveau twijfelt.
Dan volg je eerst de basiscursus wiskunde. Die behandelt de onderbouwstof en sluit aan op de bovenbouwcursussen.
Bij het CCVX-voortentamen niet. Daar gebruik je een eenvoudige rekenmachine met exponentiële, logaritmische en goniometrische functies.
Over de auteur
Nicole werkte 7,5 jaar als coördinator bij het cursusteam bij WisMon en werkt nu aan de communicatie rondom het cursusonderwijs.
Zij sprak dagelijks cursisten, ouders en decanen over de route naar een testimonium of een deelcertificaat, en schrijft vanuit die praktijk.

