Geschreven door

Docent wiskunde
Leestijd:
Datum:
Je gaat wiskunde A inhalen en je vraagt je af waar je moet beginnen. Het tentamenprogramma van de CCVX wijkt op twee punten af van wat je op school gewend was.
Die twee afwijkingen bepalen hoe je je voorbereidt, dus wij zetten ze meteen op een rij.
Waar is het programma op gebaseerd?
Het tentamenprogramma volgt het eindexamenprogramma wiskunde A van het vwo, zoals dat op examenblad.nl staat. Je legt een schriftelijk tentamen af met open vragen en je hebt drie uur de tijd.
De volledige vwo-bovenbouwstof telt mee. Ook de onderwerpen die op school onder het schoolexamen vielen, komen dus aan bod. De CCVX laat niets weg.
Daarbovenop rekent het programma op je onderbouwstof en je algebraïsche vaardigheden. Denk aan rekenen met procenten, breuken, verhoudingen, haakjes wegwerken en de wetenschappelijke notatie. Stel, je moet een formule omschrijven om de onbekende vrij te maken: dan komt die basis meteen terug, ongeacht het onderwerp van de opgave.
Welke twee afwijkingen zijn dat?
De eerste: je gebruikt geen grafische rekenmachine en ook geen andere ICT. Alle berekeningen voer je algebraïsch uit. Een rekenmachine die grafische snijpunten tussen functies kan berekenen of integralen berekent, mag daarom ook niet mee.
De tweede: het domein Statistiek en Kansrekening telt gewoon mee. Op het vwo zit dat domein alleen in het schoolexamen, dus in de eindexamenbundels die veel mensen gebruiken staat het niet.
Daar gaat het vaak mis. Wie oefent met oude centrale examens, slaat een compleet domein over. Hoe dat domein eruitziet, lees je in ons artikel over statistiek en kansrekening op het CCVX wiskunde A.
Welke onderwerpen komen er langs?
Het programma bestaat uit zestien punten. Die vallen uiteen in drie blokken.
Het eerste blok gaat over functies. Je herkent en gebruikt de kenmerken van eerstegraadsfuncties, tweedegraadsfuncties, machtsfuncties, exponentiële functies, logaritmische functies en goniometrische functies, in grafiek, tabel en formule. Je stelt formules op, combineert functies en lost vergelijkingen en ongelijkheden algebraïsch op.
Het tweede blok draait om differentiëren. Je bepaalt de afgeleide van die functietypes en gebruikt de rekenregels. De kettingregel blijft beperkt tot functies van de vorm f van g van x, waarbij beide enkelvoudige functies zijn. Met de afgeleide bereken je minima en maxima, en met getallenlijn bepaal je de aard van die extremen.
Het derde blok is statistiek en kansrekening. Daar horen ook rijen en telproblemen bij, dus rekenkundige en meetkundige rijen en combinatoriek.
Wat moet je bij statistiek precies kunnen?
Je bepaalt de modus en de mediaan van losse waarnemingsgetallen. Met een eenvoudige rekenmachine bereken je het gemiddelde en de standaardafwijking van een populatie van beperkte omvang.
Daarna komt kansrekening. Je werkt met kansdiagrammen, combinatoriek en kansregels, en je stelt kansverdelingen op met de bijbehorende verwachtingswaarde en standaardafwijking. De binomiale verdeling en de normale verdeling horen daar allebei bij.
Het programma sluit af met toetsen van hypothesen. Je zet een toetsingsprocedure op, formuleert de nulhypothese en bepaalt of je linkszijdig, rechtszijdig of tweezijdig toetst. Het kritieke gebied bereken je met de tabel die in de formulelijst staat.
Werk je liever uit een boek?
De CCVX noemt zelf het materiaal dat bij het programma past.
Voor de onderbouwstof en de algebraïsche vaardigheden is dat Wiswijs van Pach en Wisbrun.
De bovenbouwstof vind je in Getal en Ruimte vwo A, delen 1AC, 2AC, 3A en 4A. Dat is de complete leerlijn van leerjaar 4 tot en met 6.
Deed je al eerder iets met wiskunde?
Volgde je een opleiding waarin wiskunde aan bod kwam, dan vraag je soms vrijstelling aan. Je kennis dekt dan het corresponderende vwo-vak en ligt op vwo-niveau.
Je regelt dat niet bij de CCVX zelf, maar via de gecommitteerde van de universiteit waar je gaat studeren. Meestal loopt dat verzoek via de afdeling waar je je inschrijft.
Vraag dit ruim op tijd aan. Verzoeken die na 1 juli binnenkomen, halen door de vakanties soms september niet meer. En zonder vrijstelling wil je nog een tentamenronde in de planning hebben.
Hoe pak je dit aan?
Loop het tentamenprogramma regel voor regel langs en zet achter elk onderdeel of je het kent, vaag herkent of nooit hebt gehad. Die tweede en derde categorie vormen je werklijst.
Ga daarna oefenen met de voorbeeldtentamens op de site van de CCVX, en altijd zonder grafische rekenmachine. Dat gaat in het begin langzamer, en het is de manier waarop je de vragen op de dag zelf beantwoordt. Onze uitleg over standaardfuncties en over statistiek helpt je daarbij op weg.
Twijfel je nog of wiskunde A het juiste vak voor je is, kijk dan eerst naar het verschil tussen wiskunde A en B. En wil je de stof met begeleiding doorwerken, dan sluit het CCVX-voortentamen wiskunde A van WisMon aan op de tentamendata. WisMon begeleidt sinds 2006 meer dan 600 cursisten per jaar.
Wil je eerst het bredere plaatje, bekijk dan de algemene informatie over het CCVX-voortentamen of ga direct naar de cursus wiskunde A vwo.
Weet je eenmaal welke onderwerpen op jouw werklijst staan, dan wordt de rest een kwestie van plannen. En met een testimonium op zak staat wiskunde A niet langer tussen jou en je studie in.
Het cursusteam van WisMon denkt graag met je mee.
Veelgestelde vragen
De volledige vwo-bovenbouwstof wiskunde A, plus het domein Statistiek en Kansrekening dat op het vwo alleen in het schoolexamen zit. Ook je onderbouwstof en algebraïsche vaardigheden tellen mee.
Nee. Alle berekeningen voer je algebraïsch uit. Ook een rekenmachine die integralen berekent, is niet toegestaan.
Drie uur, schriftelijk, met open vragen.
Deels. Ze dekken de functies en het differentiëren, maar het domein Statistiek en Kansrekening ontbreekt erin. Vul dat apart aan.
Getal en Ruimte vwo A, delen 1AC, 2AC, 3A en 4A voor de bovenbouw. Wiswijs voor de onderbouwstof en de algebra.
Over de auteur
Marion heeft ruim 30 jaar ervaring als docent wiskunde op verschillende middelbare scholen.
Sinds 2026 versterkt ze het docententeam van WisMon en geeft ze een deel van onze wiskunde cursussen.

