Geschreven door

Docent wiskunde
Leestijd:
Datum:
De formulelijst staat afgedrukt op de laatste twee bladzijden van je tentamen.
Die lijst dekt een deel van wat je nodig hebt. De rest moet je uit je hoofd leren.
Wat staat er op de formulelijst?
De lijst begint bij de tweedegraadsvergelijking. Je krijgt de oplossingsformule met de discriminant, dus de abc-formule hoef je niet uit je hoofd te kennen.
Daarna volgen de regels voor differentiëren. De somregel, de productregel, de quotiëntregel en de kettingregel staan er allemaal op, met functie en afgeleide naast elkaar.
Bij logaritmen krijg je vier rekenregels, telkens met de voorwaarden waaronder ze gelden. Ook de formules voor rekenkundige en meetkundige rijen staan op de lijst.
En de statistiek?
Die krijgt het grootste deel van de tweede bladzijde. Je vindt er de regel voor de verwachtingswaarde van een som en de regel voor de variantie van onafhankelijke toevalsvariabelen.
Ook de wortel n wet staat erop, voor de som en het gemiddelde van n herhaalde experimenten. Daarna volgt de binomiale verdeling, met de kansformule en met de verwachtingswaarde en standaardafwijking.
De normale verdeling sluit het rijtje, inclusief de standaardisering waarmee je een normaal verdeelde variabele omrekent. Helemaal onderaan staat de tabel met de grenswaarden voor het kritieke gebied bij het toetsen van hypothesen.
Welke waarden staan er in die tabel?
Die waarden kent lang niet iedereen, terwijl ze op het tentamen punten opleveren.
Bij een significantieniveau van 0,05 hoort de grenswaarde 1,645σ voor een linkszijdige of rechtszijdige toets, en 1,96σ voor een tweezijdige toets. Bij 0,01 hoort 2,33σ eenzijdig en 2,58σ tweezijdig.
Je hoeft die getallen dus niet te onthouden. Wel bepaal je zelf wanneer je eenzijdig toetst en wanneer tweezijdig, want de tabel kiest niet voor je. Meer over die procedure lees je bij statistiek en kansrekening op het CCVX wiskunde A.
Wat mag je verder niet meenemen?
Hier zit het grootste verschil met de middelbare school. Bij het voortentamen wiskunde A zijn een eigen formulekaart, een Binas en een tabellenboek uitdrukkelijk niet toegestaan.
De bijgeleverde lijst is dus alles wat je krijgt. Op school lag er vaak nog een formulekaart naast je, plus een grafische rekenmachine die het rekenwerk overnam.
Die grafische rekenmachine mag hier ook niet mee. Alle berekeningen voer je algebraïsch uit. Wat je wel meeneemt, staat in ons artikel over de rekenmachine en spullen voor het CCVX wiskunde A.
Waarom verandert dat je manier van leren?
Omdat de lijst je de formule geeft, maar niet de keuze. Je krijgt de quotiëntregel aangereikt, alleen zie je zelf dat de opgave om die regel vraagt.
Datzelfde geldt bij statistiek. De binomiale formule staat er, maar je herkent zelf of een situatie binomiaal is. En de standaardisering staat er, maar jij bepaalt welke kant van de verdeling je nodig hebt.
Oefen daarom altijd met de lijst ernaast. Wie die pas op de tentamendag voor het eerst ziet, verliest tijd met zoeken in plaats van met rekenen.
Welke formules moet je zelf kennen?
Alles wat met herkennen en algebraïsch omschrijven te maken heeft. Het tentamenprogramma verwacht dat je de kenmerken van functies uit een grafiek, een tabel of een formule haalt, en die kennis staat nergens op een lijst.
Ook je rekenbasis komt uit je hoofd. Rekenen met procenten en procentuele verandering, de wetenschappelijke notatie, breuken optellen en delen, verhoudingen en het wegwerken van haakjes.
Groeifactoren horen daar ook bij. De formulelijst helpt je niet bij het opstellen van een exponentiële formule of bij het berekenen van een verdubbelingstijd. Hoe je dat aanpakt, lees je bij groeifactor en exponentiële groei berekenen.
Hoe zit het met logaritmen?
De rekenregels krijg je, de toepassing niet. Het programma verwacht dat je een variabele vrijmaakt uit een exponentiële of logaritmische formule, en dat je van grondtal wisselt met de vierde rekenregel.
Dat doe je met de hand. Onze uitleg over logaritmische functies oplossen en over standaardfuncties laat zien hoe je die stappen opbouwt.
Zo gebruik je de lijst slim
Print de formulelijst uit het tentamenprogramma van de CCVX en leg die vanaf je eerste oefensessie naast je. Zo weet je precies waar elke formule staat.
Maak daarnaast je eigen lijstje met wat er níet op staat. Dat lijstje is je leerwerk.
Wil je zien hoe de formulelijst in het complete programma past, kijk dan bij de leerstof van het CCVX wiskunde A. En wil je de stof met begeleiding doorwerken, dan sluit het CCVX voortentamen wiskunde A van WisMon aan op de tentamendata. Zoek je eerst het bredere plaatje, kijk dan op de pagina over het CCVX-voortentamen.
Veelgestelde vragen
Ja. De formulelijst staat afgedrukt op de laatste twee bladzijden van je tentamen.
Nee. Een eigen formulekaart, een Binas en een tabellenboek zijn allemaal niet toegestaan.
Ja, inclusief de discriminant. Ook de regels voor differentiëren en de rekenregels voor logaritmen staan erop.
Ja. De tabel geeft 1,645σ en 1,96σ bij een significantieniveau van 0,05, en 2,33σ en 2,58σ bij 0,01.
Het herkennen van functies, je rekenbasis met procenten en breuken, groeifactoren en het omvormen van exponentiële en logaritmische formules.
Over de auteur
Marion heeft ruim 30 jaar ervaring als docent wiskunde op verschillende middelbare scholen.
Sinds 2026 versterkt ze het docententeam van WisMon en geeft ze een deel van onze wiskunde cursussen.

