<img height="1" width="1" style="display:none" src="https://www.facebook.com/tr?id=589186577843514&ev=PageView&noscript=1" />
Skip to content

Snijpracticum biologie: zo wordt het een succes!

Een snijpracticum biologie doen veel middelbare scholen in de bovenbouw wel. Hoe zorg je er echter voor dat je leerlingen zon practicum daadwerkelijk als een succes ervaren? 

Hoewel een snijpracticum hart een bloederig tafereel is, smullen veel bovenbouwleerlingen van dit niet-alledaagse onderdeel bij biologie.  

Zo’n snijpracticum is natuurlijk heel speciaal, maar wordt pas écht een succes als je goed op de hoogte bent van alle do’s & don’ts. Wij zetten ze daarom voor jou op een rijtje.  

Waarom een snijpracticum biologie? 

Als docent biologie wil je natuurlijk aantrekkelijk en effectief onderwijs leveren. Praktische opdrachten, zoals een snijpracticum hart, doet precies dat.  

Je leerlingen leren de wetenschap begrijpen en zien met eigen ogen de bewijzen voor de eerder gelezen theorie. Daarnaast leren ze vaardigheden die essentieel zijn voor een eventuele vervolgopleiding in de natuurwetenschappelijke hoek. Wanneer je snijpractica aanbiedt, moedig je je leerlingen zelfs aan om die richting in te gaan.  

Daar komt bij dat leerlingen practica leuk en nuttig vinden; met name als je ze vergelijkt met de standaard werkvormen, zoals theorie lezen en opdrachten maken. Het zal dus weinig moeite kosten het gros van je leerlingen voor een snijpracticum te motiveren.  

Welke valkuilen zijn er? 

Helaas worden snijpractica niet altijd even slim en nuttig ingezet. Denk maar aan een practicum waarin leerlingen een voorgekauwd stappenplan moeten volgen. Ze worden dan totaal niet uitgedaagd zelf na te denken en de aanwezige voorkennis te koppelen aan het snijpracticum. De leeropbrengst is in dat geval minimaal.  

Een andere valkuil die op de loer ligt, is de kwaliteit van het bijbehorende lesmateriaal. Soms is het verwarrend of onduidelijk. Ook daardoor wordt de koppeling tussen theorie en praktijk te weinig gemaakt.  

Hoe wordt een snijpracticum beter?  

Gelukkig zijn er legio manieren om het snijpracticum biologie tot een succes te maken. Hieronder geven we je 3 tips die zowel de motivatie als de opbrengst aanzienlijk verhogen.

1. Verhoog het ‘minds-on’ aspect van het practicum 

De term ‘hands-on’ is je waarschijnlijk wel bekend. Je leerlingen mogen zelf met hun handen werken en slaan daardoor de geleerde kennis en vaardigheden beter op in hun brein. [Text Wrapping Break][Text Wrapping Break]Maar wist je dat je je leerlingen, naast hands-on, ook ‘minds-on’ kunt instrueren? Je daagt hen uit zelf na te denken over hypotheses en mogelijke oplossingen.  

In een wetenschappelijk onderzoek van De Wilde en Oude Kamphuis uit 2012 komt naar voren dat de minds-on instructie kan leiden tot een positievere stemming onder de leerlingen dan een hands-on instructie.  

2. Zorg dat de leerlingen de juiste voorkennis beheersen 

Practica zijn pas nuttig als de leerling daadwerkelijk weet en begrijpt waar hij naar kijkt. Dat betekent dat je je leerlingen van tevoren goed moet voorbereiden. Stel in een instructieles daarom vragen als:  

  • Welk orgaan gaan we ontleden?  
  • Wat is de functie van dat orgaan?  
  • Uit welke structuren is het orgaan opgebouwd? 
  • In welke volgorde denk je die structuren tegen te komen? 

Je hoeft hier echt geen volledige les aan te besteden. Toch is het wel handig hier een aparte les voor te gebruiken, voorafgaand aan het snijpracticum. De kans is anders groot dat je te weinig tijd hebt om echt goed stil te staan bij de theorie.

3. Gebruik de snijpractica om het vorm-functie-perspectief te oefenen 

Wanneer we het bij biologie hebben over het vorm-functie-perspectief, bespreken we het verband tussen de bouw van een (deel van een) cel, organisme of ecosysteem en de werking ervan.  

Bij het examen wordt getoetst of leerlingen verbanden kunnen leggen tussen vorm en functie. SLO zegt er het volgende over:  

“De relatie tussen de bouw (vorm) van een (deel van een) cel, organisme of ecosysteem en de werking (het functioneren) ervan is inderdaad veel onderzocht. En daarmee is het ook een krachtig denkgereedschap om leerlingen aan te leren.”  

Wanneer je het snijpracticum hart uitvoert, switchen je leerlingen continu tussen de verschillende organisatieniveaus van dit vitale orgaan. Zowel vorm als functie wordt nader onderzocht. Je daagt je leerlingen bovendien uit verbanden te zien tussen beide aspecten.  

Zorg er wel voor dat de leerling niet alleen het juiste antwoord geeft. De denkstappen die leiden tot dat antwoord zijn net zo belangrijk. Daar mag je als docent dan ook net zoveel nadruk op leggen. 

Een goede voorbereiding is een succesvol snijpracticum biologie 

In het kort komt het erop neer dat je snijpracticum biologie staat of valt bij een goede voorbereiding. En dat niet alleen; als docent dien je op de hoogte te zijn van de do’s & don’ts van een dergelijke les. 

Gelukkig weet je nu hoe het zit en maak jij van alle snijpractica die nog volgen een succesvol, wetenschappelijk feestje! 

Mis jij nog een bètavak?

Heb jij één of meer bètavakken nodig om toegelaten te worden tot een hbo-opleiding of de universiteit? Of wil je de volledige bovenbouwstof nog een keer doorlopen? Onze cursussen wiskunde a, wiskunde b, natuurkunde, scheikunde of biologie behandelen de gehele bovenbouwstof. We bereiden je optimaal voor het halen van een deelcertificaat of het CCVX voortentamen. Zo kun je alsnog worden toegelaten tot jouw studie naar keuze!

Persoonlijk advies nodig?

Meld je dan aan voor een live-sessie waarin wordt uitgelegd hoe een (online) cursus er bij WisMon uitziet. Ga je meerdere vakken volgen en heb je hulp nodig bij het opstellen van een programma? Vraag dan persoonlijk advies aan!